Fietsers: de meest waardeloze verkeersdeelnemers

Ach, fietsers. De vrije geesten van het verkeer, de anarchisten op twee wielen. Met een koptelefoon die de lege ruimte in het hoofd met herrie vult en met een rotsvast geloof in hun onkwetsbaarheid zwermen ze rond alsof verkeersregels slechts vrijblijvende suggesties zijn. Of weten ze eigenlijk wel dat er verkeersregels bestaan?

Richting aangeven? Waarom, als je ook abrupt van richting kunt veranderen? Achterom kijken? Dat is voor mensen met verantwoordelijkheidsgevoel. En dan die mobiele telefoon: blijkbaar is het belangrijker om op WhatsApp te lezen dat Samantha een nieuw truitje heeft gekocht, in plaats van te zien dat jouw verkeerslicht op rood staat en die van de Scania op groen.

Maar het mooiste komt nog: als zo’n fietser plots een onverwachte manoeuvre maakt en de automobilist moet uitwijken of hard remmen (of erger), dan ligt de schuld vrijwel altijd bij de automobilist. Want de wet zegt: de ‘zwakke verkeersdeelnemer’ moet worden beschermd. Dat diezelfde fietser zich gedraagt als een losgeslagen projectiel, is bijzaak.

Het blijft een merkwaardig fenomeen: de fietser als verkeersdeelnemer zonder verantwoordelijkheid. Alsof het gemiddelde denkvermogen afneemt naarmate de afstand tussen oor en stuur toeneemt.

En zo blijven fietsers de onberekenbare elementen van het verkeer, terwijl automobilisten gedwongen babysitters zijn. Tot de dag komt dat iemand durft te zeggen: “Misschien zouden fietsers óók verantwoordelijk moeten zijn voor hun rijgedrag.” Maar tegen die tijd rijdt de eerste AI-gestuurde auto al rond, die zich met iets bezighoudt wat de mens al decennialang niet lukt: de fietser in toom houden.