
Ik droom van een wereld die groener is dan de smaragdgroene wouden van het Amazonegebied. Een wereld waarin de lucht kraakhelder is, waarin de oceanen niet worden verstikt door plastic, en waarin elke ademteug een ode is aan de puurheid van de natuur. Ik wil dat mijn ecologische voetafdruk niet groter is dan die van een verdwaalde mier op een leeg strand. En daarom rijd ik elektrisch. Daarom koos ik ooit, vol overtuiging en trots, voor een Tesla.
Jarenlang heb ik deze auto gekoesterd. Elke rit was een stil protest tegen de rookpluimen uit verbrandingsmotoren, elke opgeladen kilometer een statement voor een schonere toekomst. Mijn Tesla was niet zomaar een vervoermiddel; hij was een verlengstuk van mijn idealen. Een stille kracht in de strijd tegen klimaatverandering. Een elektrische kruisvaarder op de snelweg naar een betere wereld.
Maar nu? Nu kan ik hem niet langer aanzien.
Want Elon Musk, de man die ooit de messias van de elektrische revolutie leek, heeft zichzelf verraden. Hij heeft zijn rug gekeerd naar alles waar ik voor sta. Hij, de visionair die ons een emissieloze toekomst beloofde, steunt nu openlijk de Republikeinen. De partij die het klimaatbeleid behandelt als een voetnoot. De partij die oliebaronnen knuffelt en zich inlaat met mensen die denken dat CO₂ gewoon ‘natuurlijke mest voor bomen’ is.
Het voelt alsof ik jarenlang in een prachtig huis heb gewoond, om er vervolgens achter te komen dat het gebouwd is op giftige grond. Alsof ik een biologische tofu-burger bestelde en er een lap biefstuk tussen zat. Ik kan niet langer in een Tesla rijden zonder een wrange nasmaak. Elke keer dat ik de deurklink aanraak, lijkt het alsof ik een hand geef aan iemand die lachend een kolencentrale opent, terwijl hij met de andere hand een plastic rietje in de oceaan mikt.
Dus staat mijn Tesla nu op Marktplaats. Een prachtig exemplaar, perfect onderhouden, maar met een onzichtbare smet op zijn ziel. Misschien dat iemand zonder morele scrupules hem overneemt. Misschien dat hij wordt gekocht door iemand die ‘ach, politiek doet er niet toe’ mompelt terwijl hij wegzoeft.
De zoektocht naar een nieuwe auto is begonnen. Elektrisch, uiteraard. Maar dit keer een merk zonder morele bijsmaak. Geen symbool van hypocrisie. Geen vlaggenschip van iemand die zijn principes verkwanselt voor politiek opportunisme.
Want ik rijd niet alleen elektrisch voor mezelf. Ik rijd elektrisch voor de planeet, voor de toekomst, voor iedereen die gelooft dat idealen meer waard zijn dan een glanzende carrosserie. En dat is iets wat geen enkele miljardair mij kan afnemen. Tenzij hij morgen belooft al zijn fortuin te investeren in het planten van bossen op Mars – maar zelfs dan zou ik eerst checken of hij niet stiekem aandelen heeft in kettingzagen.